Jeugdkennis
Nederlands Jeugdinstituut

Rouwhulp

22 mei 2012

Joanka Prakken

Rouwhulp is een behandelprogramma dat kinderen en jongeren helpt het overlijden van een dierbare te verwerken.

Doelgroep

De behandeling richt zich op kinderen en jongeren van 8 tot 18 jaar bij wie het rouwproces stagneert.

Doel

Rouwhulp is gericht op het voorkomen van gecompliceerde rouw. Gecompliceerde rouw kan zich ontwikkelen wanneer kinderen en jongeren vastlopen in hun verwerkingsproces.

Aanpak

Rouwhulp is een wetenschappelijk onderbouwde, geprotocolleerde behandeling, gebaseerd op cognitieve gedragstherapie. De therapie bestaat uit negen bijeenkomsten voor kinderen en vijf voor ouders. Het is een individuele behandeling die aansluit bij het rouwproces van het kind. In de ouderbegeleiding ligt de nadruk op de vraag hoe ouders hun kind het beste kunnen steunen.
Kinderen krijgen onder meer uitleg over wat rouwen is, welke gevoelens erbij horen en hoe het komt dat het verwerkingsproces soms moeizaam verloopt en de pijn niet minder lijkt te worden. Kinderen leren wat de relatie is tussen wat ze denken en doen en hoe ze zich voelen. Doordat ze bijvoorbeeld denken dat het hun schuld is dat mama dood is of niet over hun verdriet praten, blijven ze zich verdrietig, somber en bang voelen. Kinderen krijgen manieren aangeboden om zich beter te voelen door andere dingen te denken en te doen. Ook is er aandacht voor terugvalpreventie.

Indicaties

Kinderen bij wie het rouwproces minimaal zes maanden na het overlijden van een dierbare lijkt te stagneren, kunnen met een verwijzing van de huisarts Rouwhulp krijgen. Soms merken ouders aan het gedrag van hun kind dat het niet goed gaat, soms geeft het kind het zelf aan en soms krijgen ouders van anderen, bijvoorbeeld de leerkracht, signalen dat er iets ‘niet pluis’ is. Het komt ook voor dat ouders helemaal geen zicht meer hebben op de verliesverwerking van hun kind en zich juist daardoor zorgen maken.

Contra-indicaties

De behandeling is minder geschikt voor kinderen en jongeren met ernstige vormen van gedragsstoornissen of ontwikkelingsstoornissen als autisme en ADHD, of met een verstandelijke beperking. Rouwhulp kan op dit moment nog niet worden aangeboden als het kind al andere psychosociale hulp krijgt. Ook alcohol- en drugsgebruik van de jongere of de ouders is een contra-indicatie.

De interventie lijkt op

Andere cognitieve gedragstherapeutische interventies, bijvoorbeeld voor angst- en stemmingsklachten. Rouwhulp sluit echter nauw aan bij de specifieke problemen van rouwende kinderen.

Onderzoek

Met financiering van ZonMw vindt onderzoek plaats naar de effectiviteit van Rouwhulp in vergelijking met ondersteunende counseling. Bij ondersteunende counseling bespreekt de therapeut met kinderen en ouders wat er aan de hand is en sluit hij aan bij wat zij een goede oplossing vinden. Rouwhulp is veel directiever, door kinderen te stimuleren op een andere manier te gaan denken en doen.

Aanbieder

De interventie is ontwikkeld door het Ambulatorium van de Universiteit Utrecht. In afwachting van de resultaten van het onderzoek biedt een beperkt aantal ggz-instellingen Rouwhulp aan, onder supervisie van het Ambulatorium.

Aandachtspunten voor implementatie

Implementatie is pas aan de orde als het programma zijn effectiviteit heeft bewezen. Dan kunnen therapeuten Rouwhulp met behulp van de therapeutenhandleiding aanbieden. De behandelaar heeft bij voorkeur wel een gedragstherapeutische opleiding gevolgd en is op de hoogte van rouwproblematiek.

Informant

Orthopedagoog en klinisch psycholoog Mariken Spuij werkt bij de Universiteit Utrecht als docent en onderzoeker naar rouw en verliesverwerking. Zij is eveneens verbonden aan het Ambulatorium van de universiteit.

Wat vertellen de cliënten over de interventie aan vrienden?
‘We krijgen veel mensen via mond-tot-mondreclame. Die zeggen: “We hebben gehoord dat het hier goed is.” Ouders vertellen vaak - en dat is het mooiste compliment - dat ze door de behandeling hun kind weer hebben teruggekregen. Kinderen durven weer zichzelf te zijn en passen niet langer hun gedrag aan om hun ouders te ontzien.’

Welk hulpmiddel gebruikt u altijd bij de interventie?
‘Kinderen krijgen een werkmap met daarin onder andere informatie over rouw, maar ook oefeningen en voorbeelden. Daarmee leren we kinderen welk gedrag hen helpt om zich beter te voelen en wat helpende gedachten zijn.’

Wat is uniek aan deze interventie?
‘Aan de interventie ligt een theorie over stagnerende rouw ten grondslag die verklaart hoe het komt dat sommige mensen verlies relatief makkelijk verwerken terwijl het rouwproces bij anderen stagneert. Die theorie is in 2006 ontwikkeld door klinisch psychologen Paul Boelen, Marcel van den Hout en Jan van den Bout en getoetst bij volwassenen. We kijken nu of die theorie ook houdbaar is bij kinderen en jongeren.’

Welk verbazingwekkend resultaat hebt u zelf met de behandeling behaald?
‘We hadden een kind van wie de vader violist was. Na zijn overlijden wilden de achtergebleven gezinsleden in hun dagelijks leven niet meer met vioolmuziek geconfronteerd worden. Ze keken daarom televisie zonder geluid. Dat is behoorlijk invaliderend. Als behandelaar leer je ze dat het “onhandig” is om die muziek te vermijden en dat je dit moet omzetten in “handig” gedrag. Misschien blijft het moeilijk om te luisteren naar het stuk dat vader altijd speelde maar je leert wel om weer tegen gewone vioolmuziek te kunnen. Bij dit gezin had deze aanpak effect. Ze konden weer verder met hun leven.’

Waarom denkt u dat Rouwhulp werkt?
‘Zolang het onderzoek niet is afgerond, kan ik daarover geen uitspraken doen. Voor het onderzoek streven we naar een instroom van circa 150 kinderen, de controlegroep meegerekend. Momenteel zitten we op 100 kinderen. We weten wel dat de behandeling bij volwassenen effectief is, dus dat stemt hoopvol. En een kleine pilot voorafgaand aan het onderzoek wees uit dat de behandeling bij kinderen potentieel effectief is.’

Foto

Bewaar Jeugdkennis

Deel Jeugdkennis