Jeugdkennis
Nederlands Jeugdinstituut

Maslow op zijn kop

18 maart 2012

Tom van Yperen

Bij multiprobleemgezinnen is het zaak om als hulpverlener aan de basis te beginnen. Daarom moet een maatschappelijk werker of pedagoog niet te beroerd zijn om aan te pakken: eerst ervoor zorgen dat het huishouden weer wat op orde komt – de afwas, de kapotte wasmachine, de schulden – om daarna te praten over hoe je je kinderen opvoedt. Want hoe kan je verwachten dat ouders openstaan voor een gesprek over opvoeding als het thuis een bende is? Dit is de veelgehoorde filosofie van goede hulp aan multiprobleemgezinnen. Maar ik geloof er niet in.

Kenmerk van multiprobleemgezinnen is dat ze – het woord zegt het al – veel problemen hebben. Vaak is er sprake van werkloosheid, een laag inkomen, een slechte of onzekere huisvesting, psychische problemen van de ouders en een chaotisch huishouden. Meestal is ook de opvoeding problematisch: de kinderen tonen vaak forse gedragsproblemen, terwijl de ouders over weinig opvoedingsvaardigheden beschikken en veel opvoedstress ervaren.
Het idee dat in die situaties de hulpverlening moet beginnen op het huishoudelijke niveau is vaak gestoeld op de bekende behoeftepiramide van Maslow: de bevrediging van primaire biologische behoeften als eten, drinken en bestaanszekerheid is een voorwaarde voor het kunnen realiseren van behoeften als saamhorigheid, zelfrespect en zelfverwezenlijking.
Opmerkelijk is dat de hulpverlening daarbij de behoeften van de opvoeders centraal lijkt te stellen, niet die van de kinderen. Voor kinderen is immers niet alleen een adequate verzorging een eerste levensbehoefte, maar ook liefde en opvoeding. Als de ouders daar niet in voorzien, kan een kind zich niet goed ontwikkelen. Wat mij betreft moet de hulpverlening aan multiprobleemgezinnen dus veranderen.
Dat het anders moet, laat ook onderzoek zien. Gedragsproblemen van kinderen en opvoedstress van ouders die aan het begin van de hulp zijn vastgesteld, blijken vaak aan het einde nog steeds fors zijn. Hoe kan dat? Hardnekkige problematiek, is vaak het antwoord. Maar de vraag is of er voldoende aandacht is besteed aan de aanpak van de gedragsproblemen en de opvoedstress. Is er gedurende de hulp alles aan gedaan om de ouders een goede opvoedtraining te geven, zodat ze de kinderen de baas worden? De hoeveelheid tijd die aan een dergelijke training is besteed, kan naar verhouding gering zijn. Grote kans dat de meeste tijd is opgegaan aan de praktische problemen van het gezin. Geheel volgens het idee van de behoeftepiramide.
De boodschap van een hulpverlener in een multiprobleemgezin moet volkomen duidelijk zijn: we gaan werken aan een goed huishouden, maar het gezond en veilig opgroeien van de kinderen heeft de hoogste prioriteit. We gaan er in ieder geval voor zorgen dat ze goed eten en op tijd naar bed gaan, dat de strijd met de kinderen stopt en dat ze liefdevol worden opgevoed. Alle andere problemen zijn geen excuus om hier geen prioriteit aan te geven. Een deelnemer aan een discussiebijeenkomst over de jeugdzorg verwoordde het zo: eerst de kinderen en dan de kapotte wasmachine, niet andersom.

Te voorspellen is dat die aanpak twee vliegen in één klap slaat. Het gaat in ieder geval een stuk beter met de kinderen. Maar bovendien scheelt het de ouders een hoop stress als ze de situatie met de kinderen meester worden. Dat geeft ze meer ruimte om aan de andere zaken te werken. Als het om de kinderen gaat, mogen we de piramide van Maslow op de kop zetten.

Over de auteur(s)

  • Tom van Yperen (t.vanyperen@nji.nl) is programmacoördinator Effectieve jeugdzorg bij het Nederlands Jeugdinstituut, bijzonder hoogleraar Monitoring en innovatie zorg voor de jeugd aan de Rijksuniversiteit Groningen en bijzonder hoogleraar Onderzoek en ontwikkeling van effectieve jeugdzorg aan de Universiteit Utrecht.
Foto

Bewaar Jeugdkennis

Deel Jeugdkennis